Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Meer informatie.

De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking. Deze wet is meer dan een technisch-juridische wetstraject. Het gaat in de basis over een andere manier van werken en kijken naar de fysieke leefomgeving. De wet ondersteunt daarmee een aantal maatschappelijke bewegingen, zoals meer ruimte voor participatie, andere verhoudingen tussen overheid en samenleving/initiatiefnemers (vertrouwen en verantwoordelijkheid), meer regionale samenwerking en een meer integrale kijk op de fysieke leefomgeving. Met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de wet ook een meer digitale manier van werken. Dat vraagt in de breedte van de implementatie een bezinning op hoe Neder-Betuwe aankijkt tegen deze ontwikkelingen en daarop uitgangspunten formuleert. Door dat te formuleren krijgen alle projecten/activiteiten die bijdragen aan de implementatie van de Omgevingswet eenzelfde vertrekpunt. Een Leitmotiv dat herkenbaar is en telkens terugkomt. 

Hieronder staan de uitgangspunten van de gemeente over de ambities, dienstverlening, participatie, beleidscyclus en hoe we om willen gaan met initiatieven.

ambities en uitgangspunten omgevingswet

OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE

Bij het formuleren van de uitgangspunten is het van belang na te gaan of je de komst van de Omgevingswet wilt aangrijpen om in zijn geheel te vernieuwen of de huidige situatie als uitgangspunt neemt om wijzigingen door te voeren? Daarnaast speelt de vraag of de focus zich richt op de externe opgaven en actoren in het fysieke domein of ligt de focus in eerste instantie op de eigen organisatie of kosten en baten?

  • Ten opzichte van andere gemeenten in Nederland is Neder-Betuwe een actieve volger voor de implementatie van de Omgevingswet. Dat past bij de aard en de schaal van onze gemeente. Dat betekent dat kennis, informatie en producten van pionierende gemeenten worden gebruik voor de praktijk van Neder-Betuwe. 
  • Neder-Betuwe start vanuit de interne focus (raad, college, ambtelijke organisatie) om extern de verbinding en samenwerking aan te gaan. Want wij vinden het belangrijk om inwoners, ondernemers en initiatiefnemers goed uit te kunnen leggen wat er verandert en waarom wij voor een bepaalde aanpak kiezen. Ook in onze regionale samenwerking hebben wij oog voor onze eigen ambitie.
  • Neder-Betuwe begint niet volledig opnieuw; onze huidige visies, beleid en werkwijze zijn het vertrekpunt voor de verdere implementatie en doorontwikkeling van de Omgevingswet.
  • Centraal in onze aanpak voor de implementatie van de Omgevingswet staat de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Dat betekent dat gebruiksvriendelijkheid en transparantie richting de gebruiker voor gaat op het gebruiksgemak van de interne organisatie. Een transparant en efficiënt proces draagt bij aan excellente dienstverlening. Een voorwaarde hierbij is wel dat de organisatie efficiënt is georganiseerd.
  • Hoewel de Omgevingswet een initiatief van de rijksoverheid is, neemt Neder-Betuwe zijn verantwoordelijkheid om inwoners, ondernemers en initiatiefnemers mee te nemen in de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. Dat betekent een actieve communicatie vanuit de gemeente.
OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE
Ambities en uitgangspunten Omgevingswet

Het Rijk gaat ervan uit dat de gemeenten onder de Omgevingswet meer samenhang brengen in hun lokale regelgeving, dat het voor initiatiefnemers gemakkelijker wordt om initiatieven te realiseren en dat besluitvormingsprocessen sneller en beter worden. Nu zijn initiatiefnemers vaak zoekende in een ondoorzichtig woud aan informatie, regelgeving en processen en weten ze vaak ook niet bij welke overheid ze moeten zijn met hun vraag. De Omgevingswet biedt dus kansen om op een andere manier te werken, zodat we inwoners en ondernemers nog beter van dienst kunnen zijn.

Dat betekent overigens niet dat de gemeentelijke dienstverlening nu niet goed is. Ook in de huidige werkwijze staat de klant centraal. Maar de Omgevingswet vraagt gemeenten om hierin verder een slag te slaan, door regels en processen voor initiatiefnemers inzichtelijker en gemakkelijker te maken, na te denken over deregulering en doorlooptijden te verkorten. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de gemeente bij de verdere inrichting van digitale dienstverlening.

  • Wanneer we werken in de geest van de Omgevingswet, is klantgerichtheid belangrijker dan procesefficiëntie. Inzichtelijkheid, duidelijkheid en gemak voor de initiatiefnemer en belanghebbenden staan voorop. Belangrijk daarbij is dat de gemeente intern de zaken op orde heeft om vervolgens sneller en efficiënter de dienstverlening kan verzorgen. De dienstverlening mag niet duurder worden. De gemeente neemt de rol van adviseurs niet over.
  • Deregulering is geen doel op zich, maar een middel om (overbodige) regels te verminderen zodat het voor onze inwoners makkelijker wordt om een initiatieven mogelijk te maken.
  • Initiatiefnemers regelen de aanvraag voor hun initiatieven straks snel, digitaal en overzichtelijk. Daarnaast blijft (persoonlijk) contact met de gemeente mogelijk.  Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is een gelijke informatiepositie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en overheid. Daarom zorgen wij ervoor dat de informatie uit de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan begrijpelijk wordt gepresenteerd en beter vindbaar is voor initiatiefnemers en belanghebbenden. Zij kunnen dan snel en gemakkelijk zelf inzicht krijgen in wat er op een bepaalde plaats in Neder-Betuwe wel of niet mogelijk is, welke regels daarvoor gelden en waarom. Onder de Omgevingswet is het voor inwoners daardoor ook gemakkelijker om te zien wie in de buurt/omgeving gaat (ver)bouwen en daarover mee te praten.

Deze uitgangspunten worden meegenomen in de nog op te stellen visie op dienstverlening. Hierin wordt ook omschreven wat onder klantgerichtheid wordt verstaan. Naar verwachting zal medio 2022 hiermee gestart worden.


dienstverlening

OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE
Ambities en uitgangspunten Omgevingswet

De omgeving waarin we wonen, werken en ontspannen verandert steeds. Bijvoorbeeld door de bouw van woningen of door de inrichting van een stuk land als speeltuin, zonneveld of laanboomteelt. De Omgevingsvisie biedt de ruimte voor nieuwe initiatieven uit de samenleving. Daarbij wegen de belangen mee van buren, omwonenden en betrokkenen. Daarom vinden we participatie daarbij vanzelfsprekend. Ongeacht of het gaat om een initiatief van de gemeente Neder-Betuwe, een ondernemer, een maatschappelijke organisatie of van jou of een van je buren.

We verwachten dat de initiatiefnemer in een vroeg stadium omwonenden en belanghebbenden betrekt. Daardoor krijgen we alle relevante belangen, meningen en creatieve ideeën in beeld, vergroten we de kwaliteit van beleid en projecten en maken we deze van ons allemaal. Het is niet altijd mogelijk om iedereen tevreden te stellen. Maar als duidelijk is wat iedereen van de plannen vindt, kan daar zo veel mogelijk rekening mee worden gehouden. De gemeente weegt alle inbreng en neemt uiteindelijk de beslissing.

Bij initiatieven die de gemeente neemt, zorgen we ervoor dat er ruimte is voor de samenleving om mee te denken en te mee doen bij onderwerpen die de directe leefomgeving raken. Dat bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hier zeggenschap over uit kunnen oefenen. Dat we vooraf inzicht geven in het proces dat we doorlopen, verslag doen van wie we hebben betrokken en wat de uitkomsten zijn én achteraf motiveren hoe wat we hebben gedaan met de uitkomsten van de participatie. Dat hebben we uitgewerkt in ons participatiebeleid.

We vinden participatie vanzelfsprekend bij kleine en grote initiatieven. Ben je van plan een uitbouw te maken of zonnepanelen te plaatsen op je dak? Dan vinden we het belangrijk dat je met je buren of bewoners in de omgeving in gesprek gaat. Bij grote initiatieven waarvoor je een omgevingsvergunning aan moet vragen, zoals een windmolenpark of een appartementencomplex, is participatie een aanvraagvereiste. Dan betekent dat je bij de vergunningaanvraag aan moet geven hoe je de participatie hebt uitgevoerd, wie je hebt betrokken en wat de uitkomsten zijn. We stellen nog vast in welke gevallen we participatie verplicht stellen zoals bijvoorbeeld bij initiatieven die afwijken of niet passen in het Omgevingsplan.

Omdat we het belangrijk vinden dat plannen en ideeën voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig en met participatie worden ontwikkeld, helpen we je daarmee. Zo hebben we twee leidraden gemaakt met een stappenplan en tips voor participatie en een sjabloon voor het participatieverslag. Eén voor initiatiefnemers en één voor omwonenden. Ook is het, zeker bij grote initiatieven, handig om contact op te nemen met de gemeente zodat wij samen kunnen kijken of je plan of initiatief aansluit bij de speerpunten en de waarden van de Waardenkaart en past binnen het Omgevingsplan.


Participatie bij initiatieven 
in de leefomgeving 

OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE
Juridische aspecten van deze Omgevingsvisie

De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten voor gemeenten, te weten omgevingsvisie, programma’s, omgevingsplan en vergunningen. Deze vier instrumenten geven in samenhang met elkaar richting aan de gewenste fysieke leefomgeving. Drie van de vier instrumenten kennen we min of meer al onder de huidige wetgeving, zij het onder een andere benaming. Echter het kerninstrument ‘programma’ is nieuw.

  • Omgevingsvisie (raad): is een samenhangend, strategisch plan voor de fysieke leefomgeving. Hierin legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de langere termijn vast.  Tevens is de visie het kader waarbinnen de raad het Omgevingsplan en het college programma’s kan opstellen. In deze visie zijn de ambities en beleidsdoelen verwoord in tien speerpunten. Welke waarden in de omgeving willen beschermen is aangegeven op een waardenkaart.
  • Programma’s (college): bevat een uitwerking van het te voeren beleid of maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden of ander doelstelling voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Een programma kan betrekking hebben op een thema (bijvoorbeeld een klimaatnota) of op een gebied (bijvoorbeeld buitengebied)
  • Omgevingsplan (raad): bevat gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. De keuzes die zijn gemaakt in de omgevingsvisie worden in het omgevingsplan verder uitgewerkt in regels. Deze regels moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het omgevingsplan komen verschillende vormen van regels voor: algemene regels, regels met meldingsplicht, regels met vergunningplicht en ver- en gebodsbepalingen.
  • Omgevingsvergunningen (college). In het omgevingsplan is aangegeven welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Een activiteit die voldoet aan de regels in het omgevingsplan, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt, heet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarnaast zijn er ook buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s). Dit is het geval als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan.Omdat de vier kerninstrumenten samenhang geven aan de fysieke leefomgeving moeten deze instrumenten ook in samenhang met elkaar worden opgesteld.  Een belangrijk onderdeel hierbij vormt de evaluatie & monitoring. Wijziging in het ene instrument kan gevolgen hebben voor het andere instrument.

Hoe de kerninstrumenten en de monitoring & evaluatie eruit komt te zien is niet in de Omgevingswet bepaald. Het is aan de gemeente zelf om daar invulling aan te geven. Om te kunnen voldoen aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet is het belangrijk om met elkaar af te spreken wanneer de Omgevingsvisie en indirect ook de andere kerninstrumenten gaan herzien.  Een handig hulpmiddel hiervoor is onderstaande beleidscyclus.


OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE
Juridische aspecten van deze Omgevingsvisie

Voor het  beoordelen van initiatieven werkt de gemeente al enige jaren volgens het ‘regiemodel’. In de wandelgangen ook  wel ‘mandjestructuur’ genoemd.  Het idee hierachter is dat afhankelijk van de complexiteit en wettelijke basis van een initiatief, het initiatief in een bepaald ‘mandje’ terecht komt. Elk mandjes heeft een eigen werkwijze om het initiatief te boordelen waarbij het uitgangspunt is dat elk initiatief wat niet past in het bestemmingsplan, integraal wordt beoordeeld. Hoe complexer het initiatief, hoe meer disciplines betrokken zijn. Met deze werkwijze werken we al deels in de geest van de Omgevingswet.

Onder de Omgevingswet wordt het belangrijker bij het beoordelen van initiatieven om ook ketenpartners (provincie, GGD, VRGZ etc.), initiatiefnemer en belanghebbenden te betrekken. Hoe dit concreet wordt vormgegeven, is nog niet  uitgewerkt. We hanteren bij de uitwerking hiervan de volgende uitgangspunten:


omgang initiatieven

OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE
Ambities en uitgangspunten Omgevingswet
OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE

De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking. Deze wet is meer dan een technisch-juridische wetstraject. Het gaat in de basis over een andere manier van werken en kijken naar de fysieke leefomgeving. De wet ondersteunt daarmee een aantal maatschappelijke bewegingen, zoals meer ruimte voor participatie, andere verhoudingen tussen overheid en samenleving/initiatiefnemers (vertrouwen en verantwoordelijkheid), meer regionale samenwerking en een meer integrale kijk op de fysieke leefomgeving. Met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de wet ook een meer digitale manier van werken. Dat vraagt in de breedte van de implementatie een bezinning op hoe Neder-Betuwe aankijkt tegen deze ontwikkelingen en daarop uitgangspunten formuleert. Door dat te formuleren krijgen alle projecten/activiteiten die bijdragen aan de implementatie van de Omgevingswet eenzelfde vertrekpunt. Een Leitmotiv dat herkenbaar is en telkens terugkomt. 

Hieronder staan de uitgangspunten van de gemeente over de ambities, dienstverlening, participatie, beleidscyclus en hoe we om willen gaan met initiatieven.

ambities en uitgangspunten omgevingswet

OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE

Bij het formuleren van de uitgangspunten is het van belang na te gaan of je de komst van de Omgevingswet wilt aangrijpen om in zijn geheel te vernieuwen of de huidige situatie als uitgangspunt neemt om wijzigingen door te voeren? Daarnaast speelt de vraag of de focus zich richt op de externe opgaven en actoren in het fysieke domein of ligt de focus in eerste instantie op de eigen organisatie of kosten en baten?

  • Ten opzichte van andere gemeenten in Nederland is Neder-Betuwe een actieve volger voor de implementatie van de Omgevingswet. Dat past bij de aard en de schaal van onze gemeente. Dat betekent dat kennis, informatie en producten van pionierende gemeenten worden gebruik voor de praktijk van Neder-Betuwe. 
  • Neder-Betuwe start vanuit de interne focus (raad, college, ambtelijke organisatie) om extern de verbinding en samenwerking aan te gaan. Want wij vinden het belangrijk om inwoners, ondernemers en initiatiefnemers goed uit te kunnen leggen wat er verandert en waarom wij voor een bepaalde aanpak kiezen. Ook in onze regionale samenwerking hebben wij oog voor onze eigen ambitie.
  • Neder-Betuwe begint niet volledig opnieuw; onze huidige visies, beleid en werkwijze zijn het vertrekpunt voor de verdere implementatie en doorontwikkeling van de Omgevingswet.
  • Centraal in onze aanpak voor de implementatie van de Omgevingswet staat de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Dat betekent dat gebruiksvriendelijkheid en transparantie richting de gebruiker voor gaat op het gebruiksgemak van de interne organisatie. Een transparant en efficiënt proces draagt bij aan excellente dienstverlening. Een voorwaarde hierbij is wel dat de organisatie efficiënt is georganiseerd.
  • Hoewel de Omgevingswet een initiatief van de rijksoverheid is, neemt Neder-Betuwe zijn verantwoordelijkheid om inwoners, ondernemers en initiatiefnemers mee te nemen in de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. Dat betekent een actieve communicatie vanuit de gemeente.
Ambities en uitgangspunten Omgevingswet
OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE

Het Rijk gaat ervan uit dat de gemeenten onder de Omgevingswet meer samenhang brengen in hun lokale regelgeving, dat het voor initiatiefnemers gemakkelijker wordt om initiatieven te realiseren en dat besluitvormingsprocessen sneller en beter worden. Nu zijn initiatiefnemers vaak zoekende in een ondoorzichtig woud aan informatie, regelgeving en processen en weten ze vaak ook niet bij welke overheid ze moeten zijn met hun vraag. De Omgevingswet biedt dus kansen om op een andere manier te werken, zodat we inwoners en ondernemers nog beter van dienst kunnen zijn.

Dat betekent overigens niet dat de gemeentelijke dienstverlening nu niet goed is. Ook in de huidige werkwijze staat de klant centraal. Maar de Omgevingswet vraagt gemeenten om hierin verder een slag te slaan, door regels en processen voor initiatiefnemers inzichtelijker en gemakkelijker te maken, na te denken over deregulering en doorlooptijden te verkorten. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de gemeente bij de verdere inrichting van digitale dienstverlening.

  • Wanneer we werken in de geest van de Omgevingswet, is klantgerichtheid belangrijker dan procesefficiëntie. Inzichtelijkheid, duidelijkheid en gemak voor de initiatiefnemer en belanghebbenden staan voorop. Belangrijk daarbij is dat de gemeente intern de zaken op orde heeft om vervolgens sneller en efficiënter de dienstverlening kan verzorgen. De dienstverlening mag niet duurder worden. De gemeente neemt de rol van adviseurs niet over.
  • Deregulering is geen doel op zich, maar een middel om (overbodige) regels te verminderen zodat het voor onze inwoners makkelijker wordt om een initiatieven mogelijk te maken.
  • Initiatiefnemers regelen de aanvraag voor hun initiatieven straks snel, digitaal en overzichtelijk. Daarnaast blijft (persoonlijk) contact met de gemeente mogelijk.  Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is een gelijke informatiepositie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en overheid. Daarom zorgen wij ervoor dat de informatie uit de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan begrijpelijk wordt gepresenteerd en beter vindbaar is voor initiatiefnemers en belanghebbenden. Zij kunnen dan snel en gemakkelijk zelf inzicht krijgen in wat er op een bepaalde plaats in Neder-Betuwe wel of niet mogelijk is, welke regels daarvoor gelden en waarom. Onder de Omgevingswet is het voor inwoners daardoor ook gemakkelijker om te zien wie in de buurt/omgeving gaat (ver)bouwen en daarover mee te praten.

Deze uitgangspunten worden meegenomen in de nog op te stellen visie op dienstverlening. Hierin wordt ook omschreven wat onder klantgerichtheid wordt verstaan. Naar verwachting zal medio 2022 hiermee gestart worden.


dienstverlening

Ambities en uitgangspunten Omgevingswet
OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE

De omgeving waarin we wonen, werken en ontspannen verandert steeds. Bijvoorbeeld door de bouw van woningen of door de inrichting van een stuk land als speeltuin, zonneveld of laanboomteelt. De Omgevingsvisie biedt de ruimte voor nieuwe initiatieven uit de samenleving. Daarbij wegen de belangen mee van buren, omwonenden en betrokkenen. Daarom vinden we participatie daarbij vanzelfsprekend. Ongeacht of het gaat om een initiatief van de gemeente Neder-Betuwe, een ondernemer, een maatschappelijke organisatie of van jou of een van je buren.

We verwachten dat de initiatiefnemer in een vroeg stadium omwonenden en belanghebbenden betrekt. Daardoor krijgen we alle relevante belangen, meningen en creatieve ideeën in beeld, vergroten we de kwaliteit van beleid en projecten en maken we deze van ons allemaal. Het is niet altijd mogelijk om iedereen tevreden te stellen. Maar als duidelijk is wat iedereen van de plannen vindt, kan daar zo veel mogelijk rekening mee worden gehouden. De gemeente weegt alle inbreng en neemt uiteindelijk de beslissing.

Bij initiatieven die de gemeente neemt, zorgen we ervoor dat er ruimte is voor de samenleving om mee te denken en te mee doen bij onderwerpen die de directe leefomgeving raken. Dat bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hier zeggenschap over uit kunnen oefenen. Dat we vooraf inzicht geven in het proces dat we doorlopen, verslag doen van wie we hebben betrokken en wat de uitkomsten zijn én achteraf motiveren hoe wat we hebben gedaan met de uitkomsten van de participatie. Dat hebben we uitgewerkt in ons participatiebeleid.

We vinden participatie vanzelfsprekend bij kleine en grote initiatieven. Ben je van plan een uitbouw te maken of zonnepanelen te plaatsen op je dak? Dan vinden we het belangrijk dat je met je buren of bewoners in de omgeving in gesprek gaat. Bij grote initiatieven waarvoor je een omgevingsvergunning aan moet vragen, zoals een windmolenpark of een appartementencomplex, is participatie een aanvraagvereiste. Dan betekent dat je bij de vergunningaanvraag aan moet geven hoe je de participatie hebt uitgevoerd, wie je hebt betrokken en wat de uitkomsten zijn. We stellen nog vast in welke gevallen we participatie verplicht stellen zoals bijvoorbeeld bij initiatieven die afwijken of niet passen in het Omgevingsplan.

Omdat we het belangrijk vinden dat plannen en ideeën voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig en met participatie worden ontwikkeld, helpen we je daarmee. Zo hebben we twee leidraden gemaakt met een stappenplan en tips voor participatie en een sjabloon voor het participatieverslag. Eén voor initiatiefnemers en één voor omwonenden. Ook is het, zeker bij grote initiatieven, handig om contact op te nemen met de gemeente zodat wij samen kunnen kijken of je plan of initiatief aansluit bij de speerpunten en de waarden van de Waardenkaart en past binnen het Omgevingsplan.


Participatie bij initiatieven 
in de leefomgeving 

Juridische aspecten van deze Omgevingsvisie
OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE

De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten voor gemeenten, te weten omgevingsvisie, programma’s, omgevingsplan en vergunningen. Deze vier instrumenten geven in samenhang met elkaar richting aan de gewenste fysieke leefomgeving. Drie van de vier instrumenten kennen we min of meer al onder de huidige wetgeving, zij het onder een andere benaming. Echter het kerninstrument ‘programma’ is nieuw.

  • Omgevingsvisie (raad): is een samenhangend, strategisch plan voor de fysieke leefomgeving. Hierin legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de langere termijn vast.  Tevens is de visie het kader waarbinnen de raad het Omgevingsplan en het college programma’s kan opstellen. In deze visie zijn de ambities en beleidsdoelen verwoord in tien speerpunten. Welke waarden in de omgeving willen beschermen is aangegeven op een waardenkaart.
  • Programma’s (college): bevat een uitwerking van het te voeren beleid of maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden of ander doelstelling voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Een programma kan betrekking hebben op een thema (bijvoorbeeld een klimaatnota) of op een gebied (bijvoorbeeld buitengebied)
  • Omgevingsplan (raad): bevat gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. De keuzes die zijn gemaakt in de omgevingsvisie worden in het omgevingsplan verder uitgewerkt in regels. Deze regels moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het omgevingsplan komen verschillende vormen van regels voor: algemene regels, regels met meldingsplicht, regels met vergunningplicht en ver- en gebodsbepalingen.
  • Omgevingsvergunningen (college). In het omgevingsplan is aangegeven welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Een activiteit die voldoet aan de regels in het omgevingsplan, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt, heet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarnaast zijn er ook buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s). Dit is het geval als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan.Omdat de vier kerninstrumenten samenhang geven aan de fysieke leefomgeving moeten deze instrumenten ook in samenhang met elkaar worden opgesteld.  Een belangrijk onderdeel hierbij vormt de evaluatie & monitoring. Wijziging in het ene instrument kan gevolgen hebben voor het andere instrument.

Hoe de kerninstrumenten en de monitoring & evaluatie eruit komt te zien is niet in de Omgevingswet bepaald. Het is aan de gemeente zelf om daar invulling aan te geven. Om te kunnen voldoen aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet is het belangrijk om met elkaar af te spreken wanneer de Omgevingsvisie en indirect ook de andere kerninstrumenten gaan herzien.  Een handig hulpmiddel hiervoor is onderstaande beleidscyclus.


Juridische aspecten van deze Omgevingsvisie
OMGEVINGSVISIE
NEDER-BETUWE

Voor het  beoordelen van initiatieven werkt de gemeente al enige jaren volgens het ‘regiemodel’. In de wandelgangen ook  wel ‘mandjestructuur’ genoemd.  Het idee hierachter is dat afhankelijk van de complexiteit en wettelijke basis van een initiatief, het initiatief in een bepaald ‘mandje’ terecht komt. Elk mandjes heeft een eigen werkwijze om het initiatief te boordelen waarbij het uitgangspunt is dat elk initiatief wat niet past in het bestemmingsplan, integraal wordt beoordeeld. Hoe complexer het initiatief, hoe meer disciplines betrokken zijn. Met deze werkwijze werken we al deels in de geest van de Omgevingswet.

Onder de Omgevingswet wordt het belangrijker bij het beoordelen van initiatieven om ook ketenpartners (provincie, GGD, VRGZ etc.), initiatiefnemer en belanghebbenden te betrekken. Hoe dit concreet wordt vormgegeven, is nog niet  uitgewerkt. We hanteren bij de uitwerking hiervan de volgende uitgangspunten:


omgang initiatieven

Ambities en uitgangspunten Omgevingswet